Gedrag, motivatie & klasmanagement op school: bouw een gedragen attitudebeleid met het SODA-project

SODAplus helpt scholen gedrag, motivatie en klasmanagement duurzaam versterken met een schoolbrede aanpak. Wetenschappelijk onderbouwd (o.a. Bandura, zelfdeterminatietheorie): positieve bekrachtiging, succeservaringen en data-gedreven opvolging.

Simon Mensaert, Directeur 10 december 2025

Wat is het SODA-project?

SODA staat voor Stiptheid, Orde, Discipline & professionele Attitudes.

Het doel: meer gewenst gedrag, meer leerwinst, meer rust en duidelijkheid, en een consequent attitudebeleid dat door het hele schoolteam gedragen wordt.

 

Waarom dit wetenschappelijk onderbouwd is

SODAplus vertaalt sterke inzichten uit gedrags- en motivatiewetenschap naar een haalbare schoolpraktijk:

  • Rolmodellen werken (Bandura – sociale leertheorie)
    Leerlingen leren gedrag niet enkel via uitleg of straf, maar ook door observatie en imitatie van betekenisvolle voorbeelden. Daarom maakt SODA gewenst gedrag zichtbaar en versterkt het peer role models. (Bandura, 1977; Bandura, 1986)

 

  • Motivatie groeit door autonomie, competentie en verbondenheid (Zelfdeterminatietheorie)
    Leerlingen zetten meer door wanneer ze keuze/ruimte (autonomie) ervaren, zich bekwaam (competentie) voelen via succeservaringen en feedback, en zich gezien voelen (verbondenheid). Dat vertaalt zich in coaching, heldere verwachtingen en positieve feedback. (Deci & Ryan, 1985; Ryan & Deci, 2000)

 

  • Positieve bekrachtiging werkt (leerpsychologie / operante conditionering)
    Gedrag dat consequent gevolgd wordt door een positieve consequentie, komt vaker voor. Daarom ligt de focus op gewenst gedrag aanleren en versterken, niet enkel corrigeren. (Skinner, 1953)

 

  • Sterk klasmanagement is evidence-informed
    Onderzoek rond klasmanagement benadrukt routines, duidelijke regels, voorspelbaarheid en consequente opvolging als kern voor rust en leerwinst. (Kounin, 1970; Marzano, Marzano & Pickering, 2003; Simonsen et al., 2008)

 

  • Schoolbreed gedrag ondersteunen werkt beter dan losse acties (PBIS/SWPBIS)
    Schoolbrede systemen met gedeelde verwachtingen, positieve gedragssteun en data-gestuurde bijsturing tonen betere en duurzamere effecten dan ad-hoc ingrepen. (Sugai & Horner, 2002; Sugai & Horner, 2006)

 

  • Meten = weten (data-geïnformeerd verbeteren)
    Door gedrag en acties systematisch op te volgen, kan een school gerichter kiezen wat werkt, bijsturen en verankeren in beleid. (Ikemoto & Marsh, 2007; Schildkamp & Poortman, 2015)

Werken aan gedrag en motivatie doe je op 4 niveaus

1) Leerlingenniveau: maak gewenst gedrag zichtbaar

  • Maak leerlingen die zich inzetten rolmodel.
  • Bouw succeservaringen in (haalbare doelen + duidelijke feedback).
  • Zet bewust in op positieve bekrachtiging.


2) Leerkrachtniveau: sterk klasmanagement, minder ruis

  • Werk een duidelijk systeem uit zodat leerkrachten tijd hebben voor coaching en begeleiding (minder onnodige administratie waar mogelijk).
  • Investeer in klasmanagement: routines, structuur, voorspelbaarheid.
  • Focus op aanleren van gewenst gedrag (expliciet oefenen) i.p.v. alleen reageren op ongewenst gedrag.
  • Communiceer eenduidig: wat kan wel/niet, en wat zijn de gevolgen?


3) Schoolniveau: één consequent, gedragen attitudebeleid

  • Leg samen de spelregels vast (kort, duidelijk, haalbaar).
  • Zorg dat iedereen op dezelfde manier omgaat met (on)gewenst gedrag.
  • Maak afspraken zichtbaar in de schoolcultuur: één taal, één lijn.


4) Directieniveau: data-gedreven verbeteren

  • Onderzoek de impact van acties en interventies.
  • Werk met data een plan van aanpak uit.
  • Veranker het beleid zodat het geen document blijft, maar een levende, gedragen praktijk.

 

Voor wie?

Voor leerkrachten, leerlingenbegeleiding, zorgteams, graadcoördinatoren en directies die werk willen maken van gedrag op school, motivatie, klasmanagement en een sterk attitudebeleid.