SODA+ heeft onderzoeksonderwerpen voor jouw thesis, masterproef of doctoraat

Onderzoeksvoorstellen

  1. vzw SODA+ heeft een rijkdom aan onderzoeksdata voorhanden via jaarlijkse enquêtes bij meer dan 10.000 SODA-leerlingen. Hiermee kunnen studenten mee aan de slag voor hun thesis, bachelorproef, masterproef, stage of zelfs doctoraat.
  2. Je wordt bij SODA+ op een professionele manier begeleid door een mentor met ervaring in kwalitatief/kwantitatief onderzoek in het onderwijs.
  3. Heb je interesse om met ons samen te werken? Of heb je zelf een interessant voorstel? Mail naar  of bel 09 224 28 00.

Inhoudsopgave

Lijst mogelijke onderwerpen voor onderzoeksproject, stage of thesis

Hieronder volgt een niet-exhaustieve lijst van onderwerpen terug te vinden die bij vzw SODAplus kunnen uitgewerkt worden. Breng je liever een eigen onderwerp aan? Dan kan dit ook!
Onderwerpen in het vet zijn voor vzw SODAplus prioritair.

Onderwerpen met betrekking tot het Vlaamse onderwijs:

  • Wat is de invloed van het imago van de onderwijsvormen (TSO/BSO/BuSO) op de studieresultaten van leerlingen?
  • TSO ondergewaardeerd! De invloed van het imago van onderwijsvormen op de studiekeuze van leerlingen.
  • Perceptie van de onderwijsvormen/studierichtingen onder leerlingen.
  • Wat is algemene kennis?
  • Bij welke jongeren is de negatieve perceptie (watervalsysteem) het grootst? Is er een verschil bij autochtone jongeren en allochtone jongeren?
  • Volharding: een sleutel tot succes. Maar hoe leer je dit aan?
  • Wat zijn de voordelen van tegenslag?
  • In welke mate worden “strenge scholen” als “betere scholen” aanzien?
  • Interesses volgens klassen en wat heeft dit voor invloed op hun cognitieve vaardigheden?
  • Correlatie of causaal verband tussen tegenslag en geluk/motivatie in latere job?
  • Waarin verschillen scholen waarbij er veel of weinig leerlingen zijn die de school zouden aanbevelen?
  • Leiden (niet bindende) toelatingsproeven voor een studierichting tot een betere perceptie van die studierichting?
  • Wat is de perceptie van jongeren uit het secundair onderwijs tegenover racisme?
  • Zijn leerkrachten bang om te discrimineren?
  • Wat is de perceptie van leerlingen tegenover discriminatie op de arbeidsmarkt?
  • Helpt het om een label te hebben?


Onderwerpen specifiek m.b.t. het SODA-project:

  • Hoeveel SODA-attesten* (%) reik je het best uit?
  • Wat zijn de beste Peer-2-Peer evaluaties inzake SODA+?
  • Hoe kunnen rolmodellen efficiënt gebruikt worden?
  • Wat is de invloed van het SODA-project op de meetbare attitudes van leerlingen?
  • Wat is de invloed van het SODA-attest op de outputgegevens/slaagkansen van leerlingen?
  • Evaluatie van Attitude? Hoe best stemmen?
  • SODA-rapport als een tool om te groeien in je attitudes? Growth mindset of dreigmiddel? En hoe kunnen we hieraan werken?
  • Jaarlijks analyseren van de werking van BuSO-scholen via een enquête bij de leerlingen.
  • Analyse van de pijler “Stiptheid”. Welke scholen boeken met welke initiatieven het grootste succes?
  • SODA enkel voor TSO/BSO of beter voor alle onderwijsvormen?
  • Motivatie leerkrachten door SODA?
  • SODA-enquête klassikaal invullen of thuis? Wat levert objectievere resultaten op?
  • Bevestigt het SODA-project op een school de reputatie als “minder strenge school”?
  • Hoe leerlingen motiveren om aan zelfevaluatie te doen?
  • Bevordert het uitvoeren van “stomme taken” zelfdiscipline?
  • Wat zijn de belangrijkste redenen waarom leerkrachten geen meldingen maken over de attitudes van hun leerlingen?
  • Wat is het verschil tussen scholen die B-scores wel/niet bespreekbaar maken en zoeken naar praktische oplossingen?
  • Datageletterdheid en kwaliteitsontwikkeling op scholen
  • Wat is de waardering van het SODA-attest bij werknemers?

 

Een stagedag bij vzw SODAplus

 

 

Meer uitleg over de onderwerpen

Onderwerpen met betrekking tot het Vlaamse onderwijs:

De invloed van het imago van onderwijsvormen op de studieresultaten van leerlingen

Het technisch- en beroepssecundair onderwijs krijgen, vaker dan het algemeen secundair onderwijs, te maken met een negatieve maatschappelijke perceptie. Deze negatieve perceptie leidt vervolgens tot een negatief imago van het TSO/BSO. Heeft dit een invloed heeft op de studieresultaten van de leerlingen in het TSO en BSO? Zijn leerlingen uit het TSO/BSO minder geneigd zich in te spannen om een diploma te behalen dan leerlingen uit het ASO? In welke mate zorgt het positieve imago van een onderwijsvorm voor een extra studie-drive? Zou een imago-boost van het TSO/BSO leiden tot een grotere studiestimulans?

TSO ondergewaardeerd! De invloed van het imago van onderwijsvormen op de studiekeuze van leerlingen.

Het Vlaamse onderwijs wordt gekenmerkt door een watervalsysteem: Leerlingen die hun gading niet vinden in het ASO worden gedwongen te “zakken” naar het TSO/BSO/DBSO/BuSO. Wat zijn de redenen waarom een leerling voor een bepaalde TSO-richting koos? Gaat dit over vrijwillige keuzes? En waarom koos hij voor deze school? Is er sprake van een watervalsysteem onder de TSO/BSO scholen?

Perceptie voor de studierichtingen

Hoe denken leerlingen ASO/TSO/BSO leerlingen over een bepaalde TSO/BSO-richting? Weten leerlingen hoe waardevol hun diploma is op de arbeidsmarkt? Hoe denken de leerlingen over de attitudes van ASO t.o.v. TSO t.o.v. BSO? Hoeveel ASO leerlingen zouden wel in een TSO-richting willen zitten mochten deze een positiever imago hebben?

Wat is algemene kennis?

Wat is het maatschappelijk belang dat gehecht wordt aan kennis uit TSO/BSO in vergelijking met de kennis uit het ASO?Wie bepaalt wat algemene kennis is? Waarom wordt deze kennis hoofdzakelijk aangeleerd in het ASO en niet in het TSO/BSO? Waarom wordt vakspecifieke kennis uit het TSO/BSO niet op dezelfde manier gewaardeerd als kennis uit het ASO?

Bij welke jongeren is de negatieve perceptie (watervalsysteem) het grootst? Is er een verschil bij autochtone jongeren en allochtone jongeren?

De gevolgen van het watervalsysteem resulteren zich in een gevoel bij de leerlingen dat er op hen wordt neergekeken. Maar bij welke jongeren is dit gevoel het grootst? Is er een tussen autochtone jongeren en allochtone jongeren?

Volharding: een sleutel tot succes. Maar hoe leer je dit efficiënt aan?

Volhouden en doorzetten is belangrijk. Meer zelfs: het kan schoolse prestaties voorspellen. Zetten scholen hierop in? Op welke manier? Hoe kunnen scholen hier meer op inzetten?

Wat zijn de voordelen van tegenslag?

Uit fouten leren we. Is meer fouten maken dan ook beter? Zijn er positieve aspecten aan (meer) tegen de lamp lopen? Zijn jongeren vandaag niet voorbereid op de harde maatschappij? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat jongeren hier wel meer toe voorbereid zijn? Kan dit op school?

In welke mate worden “strenge scholen” als “betere scholen” aanzien?

Uit onderzoek blijkt dat stengere scholen vaak als betere scholen worden aanzien en dus de voorkeur krijgen. Maar wat betekent het om een strenge school te zijn? Wat maakt deze scholen beter?

Interesses volgens klassen en wat heeft dit voor invloed op hun cognitieve vaardigheden?

Op welke manier hangt de SES van jongeren samen met de keuzes die ze maken wat betreft stages/vakantiejobs? Is hier een opvallend resultaat te vinden? Is geld hierbij een belangrijke incentive?

Correlatie tussen tegenslag en geluk/motivatie in latere job?

Zijn jongeren die meer tegenslag hebben gekend gelukkiger en gemotiveerder in hun huidige job? Waaraan kan dit liggen?

Waarin verschillen scholen waarbij er veel of weinig leerlingen zijn die de school zouden aanbevelen?

We vroegen de leerlingen of zij hun school zouden aanbevelen aan andere jongeren. In sommige scholen zien we dat er meer leerlingen hun school zouden afraden dan aanprijzen. In andere scholen zien we net het omgekeerde. In wat verschillen die scholen onderling? Wat zorgt ervoor dat een school een bepaalde reputatie krijgt op het vlak van “Discipline”?

Leiden (niet bindende) toelatingsproeven voor een studierichting tot een betere perceptie van die studierichting?

Mocht een school (niet bindende) toelatingsproeven organiseren alvorens een leerling zich kan inschrijven in een studierichting, kan dit er dan voor zorgen dat de perceptie van het niveau van die studierichting verbeterd? Dit kan onderzocht worden aan de hand van een literatuurstudie en vergelijkende studie tussen verschillende landen. 

Wat is de perceptie van jongeren uit het secundair onderwijs tegenover racisme?

Een explorerende studie naar de percepties en meningen van TSO/BSO jongeren tegenover racisme met Zwarte Piet en de nieuwe roetpiet als concreet voorbeeld. Wat is hun standpunt? Zorgt zwarte piet er niet voor dat kinderen reeds sneller op een positieve manier in aanraking komen met mensen met een andere huidskleur?

Zijn leerkrachten bang om te discrimineren?

Gaan leerkrachten onbewust meer door de vingers zien bij allochtone leerlingen uit angst om als racist aanzien te worden?

Wat is de perceptie van leerlingen tegenover discriminatie op de arbeidsmarkt?

Welke houding nemen allochtone leerlingen aan wanneer ze afgewezen worden bij een sollicitatie? Gaan ze meteen uit van discriminatie of zoeken ze het probleem (en ook de oplossing) elders? Is er sprake van externaliseren of internaliseren?

Helpt het om een label te hebben?

Krijgen leerlingen met een label (bv. verstandelijke beperking) meer ondersteuning dan leerlingen zonder label, die wel opgroeien in kansarmoede? Wat is de perceptie bij jongeren? Leerkrachten?

 

Onderwerpen specifiek m.b.t. het SODA-project:

Hoeveel SODA-attesten (%) reik je het best uit?

Het  SODA-attest is een beloning voor goede attitudes, maar deze mag ook niet onmogelijk zijn om te behalen. Bij welke percentages krijg je de meeste jongeren zover dat ze hun gedrag gaan aanpassen? Kan hier een norm voor bepaald worden?

Wat zijn de beste Peer-2-Peer evaluaties inzake SODA+?

Op welke manier kan peer feedback efficiënt en effectief ingezet worden bij het evalueren van de SODA-attitudes?

Hoe kunnen rolmodellen efficiënt gebruikt worden?

Kan een systeem uitgedacht worden om laatstejaars studenten als rolmodel te gebruiken om bepaalde taken uit te voeren die zekere discipline vergen? Kan deze manier van werken ingezet worden om ook de leerlingen van de andere leerjaren aan te zetten tot dit gedrag? Hoe kan dit geïmplementeerd worden in het SODA-project?

Invloed van het SODA-project op de (meetbare) attitudes

Heeft het gebruik van een SODA-attest op school invloed op het gedrag en de attitudes van jongeren? Is er een invloed op Stiptheid, Orde en/of Discipline?

Wat is de invloed van het SODA-attest op de outputgegevens/slaagkansen van leerlingen?

Meten en opvragen van studieresultaten van leerlingen met een SODA-attest en dit vergelijken van alle leerlingen zonder SODA-attest.

Evaluatie van Attitude? Hoe best stemmen?

Attitude is een pijler waarover gestemd wordt op de begeleidende klassenraad. Op welke manier gebeurt dit het beste? Anoniem? De huidige manier van werken in scholen wordt onder de loep genomen en een alternatief systeem wordt uitgedacht.

SODA-rapport als een tool om te groeien in je attitudes? Growth mindset of dreigmiddel? En hoe kunnen we hieraan werken?

In welke mate gebruiken leerkrachten het SODA-rapport als een tool om te groeien in je attitudes? Gebruikt men dit niet teveel als een dreigmiddel? En hoe kunnen we hieraan werken?

Jaarlijks analyseren van de werking van BuSO-scholen via een enquête bij de leerlingen.

Jaarlijks neemt vzw SODA+ een enquête af bij alle SODA-leerlingen. Op die manier toetsen we af in welke mate de school werkt aan de attitudes bij de leerlingen. Deze enquête is voornamelijk afgesteld op het TSO/BSO. We merken dat BuSO-scholen vaak consequenter zijn in het opvolgen van attitudes maar dat de leerlingen ook meer problemen hebben in het begrijpen van de vragen. Help jij ons mee met het zoeken naar een enquête op maat van de BuSO-leerling en de BuSO-scholen?

Analyse van de pijler “Stiptheid”. Welke scholen boeken met welke initiatieven het grootste succes?

We vragen van alle scholen de cijfers op van het aantal te laatkomers/ongewettigde afwezigheden. We onderzoeken wat scholen gedaan hebben die het aantal te laatkomers drastisch hebben laten dalen. Wat werkt het best? Nablijven? Strafstudie? Belonen? Extra motiveren? School aantrekkelijker maken? Meer concreet: wat is het effect van zerotolerance beleid van scholen?

SODA enkel voor TSO/BSO of beter voor alle onderwijsvormen?

Vanaf september 2020 breidt het SODA-project uit naar andere onderwijsvormen (ASO/KSO). Onderzoek is nodig naar de behoeften van deze scholen en hoe SODA kan helpen.

Motivatie leerkrachten door SODA

Zijn leerkrachten in SODA-scholen meer (algemeen) gemotiveerd?

SODA-enquête klassikaal invullen of thuis? Wat levert objectievere resultaten op?

Hoe verloopt het invullen van de SODA-enquête op school? Worden leerlingen hierdoor aanzienlijk beïnvloed door de aanwezigheid van de leerkracht? Wat is het verschil met leerlingen die de enquête thuis (alleen) invullen?

Bevestigt het SODA-project op een school de reputatie als “minder strenge school”?

Worden SODA-scholen als ‘minder streng‘ beschouwd omdat ze meedoen met het SODA-project? Heeft meedoen met het SODA-project een invloed op de reputatie van de scholen (positief of negatief)? Wat is de perceptie tegenover andere scholen?

Hoe leerlingen motiveren om aan zelfevaluatie te doen?

Leerlingen laten reflecteren over hun B-scores: het is niet eenvoudig. Wat is de beste manier om dit te doen?

Bevordert het uitvoeren van “stomme taken” zelfdiscipline?

Is er in scholen waar leerlingen regelmatig taken moeten uitvoeren die niet leuk zijn (bv. speelplaats vegen, kuisen, enz.) sprake van meer zelfdiscipline?

Wat zijn de belangrijkste redenen waarom leerkrachten geen meldingen maken over de attitudes van hun leerlingen.

Eén van de meest voorkomende problemen op veel scholen is dat niet alle leerkrachten de moeite doen om meldingen te maken over de (slechte) attitudes van een leerling. Hierdoor wordt er ook nooit met de leerling gezocht naar een oplossing. Wat is de reden dat niet alle leerkrachten hier tijd en energie willen insteken? Zorgt het verplicht meldingen maken over het werkpunt “Attitude” voor meer objectiviteit?

Wat is het verschil tussen scholen die B-scores wel/niet bespreekbaar maken en zoeken naar praktische oplossingen?

Op basis van dit onderzoek zoeken we naar aanbevelingen die ervoor zorgen dat leerlingen meer feedback krijgen om hun gedrag aan te passen en van hun B-score alsnog een A-score te maken.

Datageletterdheid en kwaliteitsontwikkeling op scholen

In welke mate gebruiken SODA-scholen hun SODA-rapport om aan kwaliteitsontwikkeling te doen? Gebruiken ze het rapport? Begrijpen ze het rapport? Kunnen op basis hiervan aanbevelingen gedaan worden om verbeteringen aan te brengen?


Wat is de waardering van het SODA-attest bij werknemers?

Hoeveel belang hechten werknemers aan het SODA-attest? Wat is hun mening? Heeft het SODA-attest de mogelijkheid om discriminatie op de arbeidsmarkt tegen te gaan? Via case studies van leerlingen en interviews bij werknemers kan dit onderzocht worden.